Valentijngedicht voor Marijke

In al mijn schilderijen is altijd iets van jou

van lachen of van vrijen in al dat geel en blauw

Je weet niet half hoeveel jij in mijn kwasten gaat

als ik mijn verf beveel tot het beeld komt dat er staat

In elke kleur op het linnen van verbeelde beek of boom

zie ik je weer beginnen met rondgaan in mijn droom

Voor zoveel liefs en wonder in wat mijn kunst moet zijn

kan ik echt nooit meer zonder

jou, mijn Valentijn.

 

Verzegeld verlangen

Mijn kamer roept een bloeiend licht,

dat pleistert op de wanden

het schittert zelfs op mijn gezicht en

streelt de winter uit mijn handen

Mijn altijd open venster groeit

-al blijft jouw leunstoel ongemoeid-

van louter liefde dicht

toch is mijn huis verlicht

En in mijn tuin daar zweven alsmaar stukjes jij,

verwaaid papier dat in een regenachtig narjaar ritselt:

kom maar toe maar kom maar hier!

 

Rondeel

Mijn vriendin die mij veel te vroeg verliet

je bent nog altijd in mijn stem en in mijn ogen

Er lag nog zoveel te verwachten in t verschiet

maar je hebt mij allergruwelijkst bedrogen

Ik zal daarover niet meer gaan betogen

want het is al uitgebeend tot op het bot

maar dat ik jou niet kwijt kan raken is mijn lot

je bent nog altijd in mijn stem en in mijn ogen

Ik maak het wel en kan op veler vriendschap bogen

een goed glas wijn een stevig maal versmaad ik niet

maar wie mijn welzijn nochtans naderbij beziet:

je bent nog altijd in mijn stem en in mijn ogen

Mijn vriendin die mij veel te vroeg verliet

voor een kloon van jou geef ik al een vermogen

je bent nog altijd in mijn stem en in mijn ogen

O dit mijn heks, o dit, dit doet mijn adem haast bevriezen:

ik ben je kwijt en ik kan je niet verliezen

je bent nog altijd in mijn stem en in mijn ogen